Inspirererende artikelen, spreekbeurtpakketten, interviews en blogs

Hoe Merijn de Graaf formatief handelen werkbaar maakte

Geschreven door 1801 | 9 oktober 2026, 13:05:59 Z

Een gedeelde visie ontwikkelen is één ding. Die samen tot leven brengen in de klas is iets heel anders. Voor Merijn de Graaf begon daar de echte uitdaging.

Toen Merijn de Graaf aan de LC-leergang Onderwijskundig Leiderschap begon, was formatief handelen een onderwerp waar binnen zijn opleiding steeds vaker over werd gesproken. Iedereen zag de meerwaarde, maar de vraag bleef: hoe maak je het concreet? Hoe zorg je ervoor dat formatief handelen niet alleen een ambitie op papier blijft, maar onderdeel wordt van het dagelijks lesgeven?

Die vraag vormde de basis van zijn doorbraakproject. Het antwoord vond hij niet alleen in theorie, maar juist in de combinatie van een gezamenlijke visie, praktische toepassing en het meenemen van collega's. "Je kunt als school wel zeggen dat je formatief handelt, maar uiteindelijk gaat het erom dat docenten het bewust inzetten in hun lessen."

Nieuwsgierig naar beter onderwijs

Voordat Merijn docent werd, werkte hij jarenlang als sociaal werker. Pas later maakte hij de overstap naar het onderwijs. Tijdens zijn pedagogisch-didactische opleiding kwam hij voor het eerst in aanraking met formatief handelen. "Ik had eigenlijk geen idee wat het precies was. Gaandeweg ontdekte ik dat het veel meer gaat over het leerproces dan over het toetsen."

Die nieuwsgierigheid groeide verder toen hij binnen zijn opleiding aansloot bij de curriculumcommissie. Daar werkte hij mee aan onderwijsontwikkeling en zag hij hoeveel invloed een goed curriculum heeft op het leren van studenten.

De stap naar de LC-leergang voelde daarom logisch. "Ik wilde me verdiepen in curriculumontwikkeling en onderwijsverbetering. Tijdens de opleiding ontdekte ik hoeveel daar eigenlijk nog meer bij komt kijken, zoals leiderschap en verandermanagement."

Van een begrip naar een gezamenlijke visie

Voor veel mbo-docenten voelt formatief handelen als een ingewikkeld onderwijsconcept. Volgens Merijn komt dat vooral doordat iedereen er iets anders onder verstaat. "Ik kwam een uitspraak tegen die me enorm hielp: formatief handelen is eigenlijk gewoon goed lesgeven."

Juist die gedachte gebruikte hij als vertrekpunt voor zijn doorbraakproject. In plaats van direct nieuwe werkwijzen in te voeren, begon hij met een veel fundamentelere vraag: wat verstaan wij als team eigenlijk onder formatief handelen?

Tijdens gezamenlijke sessies verkenden collega's hun eigen ideeën, ervaringen en voorbeelden uit de praktijk. Op basis daarvan ontwikkelden zij samen een gedragen teamvisie. "Dat moest geen document van mij worden, maar een visie van ons allemaal." Die gezamenlijke taal bleek cruciaal. Pas toen iedereen hetzelfde verstond onder formatief handelen, kon het gesprek gaan over hoe je het daadwerkelijk vormgeeft in de klas.

Kleine stappen, grote verandering

Na de gezamenlijke visie volgde de praktijk. Docenten vulden een zelfscan in, deelden successen én mislukkingen en werden gekoppeld aan een buddy. Ze bezochten elkaars lessen, gaven feedback en leerden van elkaar.

Volgens Merijn zit daar de kracht van onderwijsontwikkeling. "Je kunt heel veel lezen, maar uiteindelijk moet het terug naar de werkvloer." Juist daarom wilde hij collega's niet overspoelen met theorie. "Ik had natuurlijk allerlei boeken gelezen. Dan is de verleiding groot om alles tegelijk te willen. Maar verandering werkt alleen als mensen er stap voor stap in kunnen groeien."

Dat betekende soms ook bewust vertragen. Toen het project vlak voor de zomervakantie een nieuwe fase zou ingaan, besloot het team gezamenlijk om de volgende stap pas na de vakantie te zetten. "Je wilt voorkomen dat mensen afhaken omdat de werkdruk te hoog is. Dan creëer je weerstand die eigenlijk niets met de inhoud te maken heeft."

Veranderen doe je samen

Tijdens de leergang ontdekte Merijn dat succesvolle onderwijsontwikkeling niet alleen draait om de inhoud, maar dat het ook gaat om de mensen met wie je de verandering wilt bewerkstelligen. Een van de belangrijkste inzichten uit de opleiding was voor hem dat weerstand lang niet altijd betekent dat collega's ergens tegen zijn. "Soms is weerstand helemaal geen onwil. Het kan ook onzekerheid zijn, werkdruk of simpelweg niet weten waar je naartoe gaat."

Juist dat inzicht veranderde zijn manier van kijken naar collega's. Waar hij vroeger vooral vanuit de inhoud dacht, kijkt hij nu veel bewuster naar de dynamiek binnen een team. "Je hebt collega's nodig. Als eenzaam roepende in de woestijn kom je niet ver." Dat uitgangspunt loopt als een rode draad door zijn verhaal.

Tijdens het hele project bleef hij collega's actief betrekken bij keuzes, discussies en vervolgstappen. Niet omdat dat sneller werkte, maar omdat de verandering dan ook echt van het team werd.

Wat hij vandaag nog meeneemt

Na afloop van de leergang bleef Merijn samen met zijn collega's verder bouwen aan de ingezette ontwikkeling. Studenten werden steeds minder beoordeeld op losse cijfers alleen, maar ook op hun groei en de vraag of zij daadwerkelijk klaar waren voor een examen.

Zelf gebruikt hij de inzichten uit zijn doorbraakproject nog iedere dag. In plaats van pas feedback te geven wanneer een opdracht af is, schuift hij tijdens het leerproces al bij studenten aan. "Ik vraag niet of iets af is. Ik vraag: laat eens zien waar je nu bent. Dan kunnen we samen kijken of je op de goede weg zit."

Die manier van werken vraagt soms gewenning van studenten, die vaak zijn opgegroeid in een onderwijssysteem waarin vooral cijfers centraal staan. Toch merkt hij dat veel studenten de persoonlijke begeleiding uiteindelijk waarderen. "Later krijg ik regelmatig terug: fijn dat u daar toen de tijd voor nam."

Een vlammetje dat weer ging branden

Terugkijkend noemt Merijn zijn doorbraakproject belangrijk, maar misschien nog waardevoller was wat de leergang persoonlijk bij hem losmaakte. Hij ontdekte opnieuw hoe graag hij zich verdiept in theorie én hoe belangrijk het is om die theorie steeds te verbinden met de praktijk.

Dat enthousiasme bracht hem uiteindelijk zelfs terug naar de universiteit, waar hij inmiddels een master Filosofie volgt. "Dat theoretische vlammetje was eigenlijk een waakvlam geworden. Tijdens de leergang is het weer echt gaan branden."

Zijn belangrijkste les voor andere mbo-docenten is dan ook verrassend eenvoudig: begin niet met een model of een methode, maar begin met het team. "Als je samen iets wilt veranderen, heb je elkaar nodig. Pas als collega's samen eigenaar worden van een ontwikkeling, kan die echt duurzaam worden."