Meer werkplezier voor docenten. Dat was niet het officiële doel van het onderzoeksproject van Jan van den Broek en Annerieke Hollebrandse tijdens de LC-leergang Onderwijskundig Leiderschap. Toch is dat misschien wel een van de belangrijkste opbrengsten geworden.
Toen Jan van den Broek en Annerieke Hollebrandse begonnen aan hun onderzoek naar studentenbinding en feedback binnen flexibel onderwijs, richtten zij zich vooral op de vraag hoe studenten zich meer betrokken konden voelen bij hun opleiding. Maar gaandeweg ontdekten ze iets anders: als studenten zich gezien voelen, verandert er ook iets bij docenten. "Wij wilden werken aan verbinding met studenten. Maar uiteindelijk zagen we dat het ook iets deed met de energie en het plezier van collega's."
Toen Jan en Annerieke aan de LC-leergang begonnen, kenden ze elkaar nauwelijks. Ze werkten op dezelfde school, maar hadden weinig contact. Annerieke werd door haar teamleider gestimuleerd om te solliciteren voor de leergang. Jan werkte nog maar enkele jaren in het onderwijs en zag de opleiding als een kans om zich verder te ontwikkelen dan alleen het lesgeven.
Pas nadat ze allebei waren geselecteerd, ontdekten ze dat ze samen deelnamen. "We zeiden eigenlijk alleen hallo tegen elkaar. Meer niet." Toch bleek al snel dat hun opdrachten opvallend veel raakvlakken hadden. Jan onderzocht hoe feedback binnen flexibel onderwijs beter vormgegeven kon worden. Annerieke richtte zich op studentenbinding. Al snel ontstond het besef dat die twee onderwerpen niet los van elkaar te zien zijn. "Goede feedback kan alleen ontstaan als er vertrouwen is. En vertrouwen ontstaat door verbinding."
Vanaf het begin waren Jan en Annerieke het over één ding eens: hun project mocht niet eindigen in een rapport dat in een la verdween. Ze wilden iets maken dat zichtbaar werd in de praktijk. Daarom gingen ze niet alleen onderzoeken, maar vooral ook ervaren, uitproberen en zichtbaar maken. Ze organiseerden activiteiten met studenten, gingen op studiereis, spraken met andere onderwijsinstellingen en maakten filmpjes over de praktijk van flexibel onderwijs.
Hun bekendste opbrengst werd een drieluik van video's waarin ze drie situaties tegenover elkaar zetten: traditioneel onderwijs, flexibel onderwijs zonder echte begeleiding en flexibel onderwijs mét verbinding en feedback.
In de video's lieten ze bewust zien wat er mis kan gaan wanneer docenten zich terugtrekken achter hun bureau. "Als studenten zelfstandig werken, betekent dat niet dat docenten niets meer hoeven te doen. Juist dan wordt contact maken belangrijk." De filmpjes gingen rond binnen de organisatie en werden gebruikt om gesprekken te voeren over de rol van docenten in het nieuwe onderwijs.
Tijdens hun project werd één inzicht steeds duidelijker: studentenparticipatie ontstaat niet door regels of systemen, maar door relaties. Volgens Jan en Annerieke zijn veel onderwijsvraagstukken uiteindelijk terug te voeren op dezelfde vraag: voelt een student zich gezien?
Dat begint vaak met kleine dingen. Studenten begroeten in de gang. Interesse tonen. Even vragen hoe het gaat. Niet meteen oordelen als iemand te laat komt, maar eerst proberen te begrijpen wat er speelt. Jan: "Vroeger dacht ik sneller: dit is wat goed voor je is. Nu vraag ik eerst: wat heb jij nodig?"
Die andere houding blijkt effect te hebben. Studenten zoeken makkelijker contact, durven vragen te stellen en voelen zich veiliger om fouten te maken. En dat is volgens hen een belangrijke voorwaarde om überhaupt te kunnen leren. "Als een student zich niet veilig voelt, kun je uitleggen wat je wilt. Dan komt de boodschap vaak niet binnen."
Gaandeweg ontdekten Jan en Annerieke dat hun project niet alleen iets deed met studenten. Ook collega's begonnen aan te haken. Hun enthousiasme werkte aanstekelijk. Collega's werden nieuwsgierig, vroegen advies en sloten zich aan bij activiteiten. Er ontstonden nieuwe gesprekken over onderwijs, begeleiding en samenwerking. Annerieke: "We hebben ontzettend veel lol gehad tijdens het project. En dat zagen anderen ook."
Juist die energie bleek waardevol. Want onderwijsvernieuwing vraagt niet alleen om goede ideeën, maar ook om mensen die er samen plezier in hebben om die ideeën werkelijkheid te maken. Volgens Jan en Annerieke wordt dat aspect soms onderschat. "Als je wilt dat mensen in beweging komen, moet het ook leuk zijn om eraan mee te doen."
Hoewel sommige onderdelen van hun project later minder zichtbaar werden door personeelswisselingen, ziekte en organisatorische veranderingen, merken ze dat veel ideeën nog steeds rondzingen binnen de school. Collega's weten hen nog altijd te vinden wanneer het gaat over kennismakingsactiviteiten, studentenbinding of de inrichting van flexibel onderwijs.
Terugkijkend noemen Jan en Annerieke niet één concreet product als belangrijkste opbrengst van de leergang. Belangrijker zijn de inzichten die hun dagelijkse werk hebben veranderd. Ze hebben geleerd om veranderingen beter te onderbouwen, collega's bewuster mee te nemen en minder snel vanuit oplossingen te denken.
Maar misschien nog belangrijker: ze hebben geleerd dat verbinding geen extra taak is naast het onderwijs. Het ís onderwijs. "Als je geen verbinding hebt, kun je kennis overdragen wat je wilt. Dan bereik je studenten vaak niet echt." Daarom begint voor hen goed onderwijs nog steeds met dezelfde vraag als tijdens hun doorbraakproject: Wie zit er eigenlijk voor je? En wat heeft diegene nodig om te kunnen groeien?