Curriculumherziening begint niet bij het curriculum
Waar begin je als school met de nieuwe kerndoelen en examenprogramma’s? Rector Joris Bovy van het Kandinsky College ziet de curriculumherziening vooral als kans om opnieuw te kijken naar de bedoeling van onderwijs. Samen met onderwijsadviseur Myrthe van den Blink van 1801 werkt de school stap voor stap aan een aanpak die past bij de eigen visie. “Het hoeft niet in één keer af.”
De nieuwe kerndoelen en examenprogramma’s komen eraan. Voor veel scholen voelt dat als een grote opdracht. Wat moet wanneer? Wat betekent het voor de onderbouw en de bovenbouw? Welke vakken zijn als eerste aan de beurt? En hoe voorkom je dat curriculumherziening vooral een kwestie wordt van methodes vervangen?
Samen optrekken
Ook op het Kandinsky College in Nijmegen was het lange tijd zoeken. Rector Joris Bovy noemt de curriculumherziening “een grote olietanker in de mist”. “Je weet dat er iets groots aankomt, maar het was lang onduidelijk wat het precies ging betekenen. Dan is het logisch dat scholen wat afwachten. Je hebt als school maar beperkt tijd en je wilt mensen niet gek maken met concepten die later weer veranderen.”
Toch besloot het Kandinsky College niet te wachten tot alles volledig is uitgekristalliseerd. Binnen voCampus, de stichting waar veertien scholen in Nijmegen bij zijn aangesloten, is een brede werkgroep curriculumherziening ingericht. Het doel: samen optrekken waar dat kan, zonder dat scholen hun eigen profiel verliezen. “We willen niet één gezamenlijk curriculum ontwerpen”, zegt Joris. “Maar het is ook niet slim als iedere school opnieuw het wiel gaat uitvinden.”
Begrijpen wat er op je afkomt
Op het Kandinsky College is daarnaast een eigen werkgroep gevormd, met docenten uit verschillende vakgroepen, twee afdelingsleiders, Joris zelf en onderwijsadviseur Myrthe van den Blink van 1801. Die groep neemt de school de komende jaren mee in het proces.
De eerste stap was verrassend eenvoudig: samen begrijpen wat er precies op de school afkomt. “We hebben echt tijd gemaakt om met elkaar te delen: wat komt er op ons af, in welke volgorde en wat betekent dat voor ons?”, vertelt Joris. “Je hebt te maken met kerndoelen, examenprogramma’s, onderbouw, bovenbouw en verschillende tranches. Voor elk vak ziet de impact er anders uit.”
Myrthe herkent dat. “Het was eerst belangrijk om te duiden: wat is nu echt de opdracht? Voor de bovenbouw zijn sommige examenprogramma’s pas later bekend. Dat betekent dat je nu nog niet overal hetzelfde kunt doen. Je moet dus goed kijken: wat kan al wel en wat nog niet?” Die vertraging aan de voorkant is volgens Myrthe essentieel. “Je kunt zeggen: er komen nieuwe doelen, we wachten op een nieuwe methode en dan zijn we klaar. Maar dan mis je een kans. Dit is juist een mooi moment om te kijken: waar staan we voor als school en hoe willen we dat het onderwijs eruit ziet?”
Niet beginnen bij de methode
Voor Joris is dat de kern. De curriculumherziening begint voor hem niet bij kerndoelen of methodes, maar bij de onderwijsvisie. “Je kunt tegen vakgroepen zeggen: succes, hier zijn de nieuwe kerndoelen, koop maar een nieuwe methode en pas je toetsen aan. Maar wij willen dit moment gebruiken om opnieuw kritisch naar ons onderwijs te kijken.”
Het Kandinsky College werkt aan het herijken van de onderwijsvisie. Daarin staan onder meer inclusieve didactiek, leren als sociaal proces en betekenisvol onderwijs centraal. “Als je die drie dingen belangrijk vindt, heeft dat gevolgen voor hoe je je curriculum ontwerpt”, zegt Joris. “Dan gaat het niet alleen over inhoud, maar ook over vorm. Hoe leren leerlingen samen? Hoe zorgen we voor samenhang? Hoe maken we onderwijs betekenisvol?”
Met de mensen die het doen
De werkgroep op het Kandinsky College is bewust breed samengesteld. Niet alleen de schoolleiding zit aan tafel, maar juist ook docenten. “Onderwijs moet door en voor collega’s gemaakt worden”, zegt Joris. “Het MT kan een plan maken en zeggen: zo gaan we het doen. Maar dan landt het niet op dezelfde manier. Docenten weten veel beter wat er in de praktijk nodig is.”
Myrthe ziet daarin een belangrijke kracht van de aanpak. “In zo’n werkgroep zitten mensen die heel goed aanvoelen wanneer iets wel of niet past. Zij weten bijvoorbeeld welke teamtijd al ergens voor nodig is en wat behapbaar blijft. Die nuances zijn heel waardevol.”
Het woord ‘behapbaar’ valt vaak tijdens het gesprek. Niet voor niets. De curriculumherziening kan groot en ingewikkeld voelen. Daarom werkt de school met kleine stappen, duidelijke ijkmomenten en ontwerpprincipes die voortkomen uit de visie. “De werkgroep denkt steeds: welke informatie moeten we met iedereen delen en welke informatie juist niet?”, zegt Myrthe. “Als je iedereen meteen het ingewikkelde plannings-schema van de invoeringsmomenten laat zien, raken mensen in paniek. Er moet al zoveel. Dus de vraag is steeds: hoe maken we dit beheersbaar?”
Van visie naar ontwerpprincipes
De rol van Myrthe is vooral om structuur aan te brengen en werkwijzen voor te stellen. “Er speelt veel op school. Dan helpt het als iemand van buiten meedenkt: wat is hier nu nodig en hoe maken we dit overzichtelijk? Ik heb geprobeerd om de visie te vertalen naar ontwerpprincipes. Als je straks curricula herontwerpt of leermiddelen kiest, waar moet het onderwijs dan aan voldoen?” Voor Joris was dat een belangrijk handvat. “Myrthe heeft geholpen om de grote hoeveelheid informatie in stukjes te hakken. Het werken met ontwerpprincipes maakt het concreet. Daarmee kunnen vakgroepen echt aan de slag.”
Leren van elkaar
Aan het begin van het nieuwe schooljaar wil de school alle teams meenemen in de aanpak. Eerst krijgen collega’s de basisinformatie: wat verandert er, wat zijn kerndoelen en examenprogramma’s, welke tranches zijn er en wat is de planning? Daarna volgen de ontwerpprincipes van het Kandinsky College en een praktisch format waarmee vakgroepen hun eigen eerste analyse kunnen maken. Myrthe: “Vakgroepen gaan bekijken: wanneer geldt wat voor ons? Welke kerndoelen raken we al? Waar zitten hiaten? Hoe groot is de verandering voor ons vak? De ene vakgroep heeft misschien veel meer werk dan de andere. Daarom zetten we vakgroepen zelf in de lead.”
De vakgroepen Nederlands en wiskunde/rekenen zijn al eerder aan de beurt. Zij kunnen daardoor een voorbeeldrol vervullen. “We willen hen aan het begin van het schooljaar laten delen hoe zij hun eerste stappen hebben gezet”, zegt Joris. “Zo geven we leren van elkaar meteen vorm.”
Niet alles tegelijk
Hoewel de school planmatig werkt, is het proces niet lineair. Dat inzicht groeide gaandeweg. “In het begin dachten we misschien nog: we maken een plan en dan laten we alle vakgroepen weten wanneer ze wat moeten doen”, zegt Myrthe. “Nu zien we: er gaan verschillende lijnen door de school lopen. Niet iedereen hoeft op hetzelfde moment even hard te gaan.”
Dat vraagt om vertrouwen én om structuur. Joris: “We willen vakgroepen autonomie geven, maar ook ijkmomenten inbouwen. Dan kunnen ze laten zien wat ze hebben gedaan en kunnen we van elkaar leren. Verantwoording en samen leren pakken we samen.” Voor Myrthe is dat precies waarom je niet meteen in de uitvoering moet schieten. “Als je dit alleen ziet als iets dat moet, wordt het een extra opdracht. Terwijl je het ook kunt gebruiken om bestaande ambities te versterken. Wil je werken aan inclusieve didactiek? Wil je meer betekenisvol of vakoverstijgend onderwijs? Dan is dit hét moment om dat te verbinden.”
Begin met je visie
Wat zouden Joris en Myrthe andere scholen adviseren? Joris hoeft daar niet lang over na te denken. “Begin met je eigen onderwijsvisie. Houd die tegen het licht. En hak het proces daarna in stukjes. Maak het behapbaar en neem mensen stapsgewijs mee.”
Myrthe vult aan: “Richt een werkgroep in waarin niet alleen schoolleiding zit, maar ook docenten uit vakgroepen. Kijk samen: wat moet wanneer? En pak de curriculumherziening niet alleen aan als nieuwe inhoud of een nieuwe methode. Zie de verandering als kans om te versterken of passend te maken wat je als school toch al belangrijk vindt.”
Het Kandinsky College is nog volop onderweg. Maar dat is volgens Joris geen probleem. “Het helpt om te beseffen dat het niet in één keer af hoeft. We gaan starten, uitproberen, evalueren en bijstellen. Curriculumontwikkeling is geen project dat je afrondt. Het is een cyclisch proces waarin je samen blijft zoeken naar beter onderwijs.”


.jpg)




