Wat vragen de nieuwe kerndoelen van leerkrachten?
De nieuwe kerndoelen doen een beroep op verschillende leerkrachtvaardigheden. Welke blijven nodig, en welke komen erbij?
Instructie blijft
Veel scholen hebben de laatste jaren geïnvesteerd in leerkrachtvaardigheden rond het EDI-model of een ander model voor directe instructie: voorkennis activeren, modelen, controle-van-begripvragen stellen, leerlingen activeren en feedback geven. Deze vaardigheden blijven onverminderd van belang. Bij veel kerndoelen bouwen leerlingen kennis en vaardigheden op die je kunt uitleggen, voordoen en laten inoefenen. Dat gebeurt in lessen met één klein lesdoel.
Andere accenten
Tegelijk leggen de nieuwe kerndoelen andere accenten dan de huidige. Zo is er meer aandacht voor samenhang: binnen leergebieden en daartussen. Voor het begrijpen van de wereld en het gebruiken van kennis in de echte wereld. Voor kritisch denken en een wiskundige attitude. En er is een expliciet kerndoel over het oplossen van wiskundige en toepassingsproblemen, waaronder problemen die niet routinematig op te lossen zijn. Die accenten kun je niet leggen met directe instructie van feiten of één strategie. Ze vragen om lessen die leerlingen op een andere manier aan het denken zetten.
Breder repertoire
Bij taal betekent dat bijvoorbeeld werken met rijke, betekenisvolle teksten om de taalcompetentie te versterken. Denk aan de volgende leerkrachtvaardigheden: teksten of problemen selecteren, open vragen stellen, een klassendiscussie leiden, een probleem wiskundig representeren met een tekening, model of formule, of leerlingen heuristieken laten gebruiken.
Zulke lessen bereid je anders voor. Je schat vooraf in welke aanpakken leerlingen zullen bedenken en hoe je daarop reageert. Je verbindt lesstof uit het ene leergebied met dat uit een ander, of met de echte wereld. Dat vraagt flexibiliteit, waarbij je methodes als bron gebruikt, bewust kiest voor een instructievorm, minder van les naar les werkt, en de werkelijkheid waarin kinderen leven als lesbron ziet.
Teacher agency
De nieuwe kerndoelen vragen om het opnieuw doordenken van het curriculum op de eigen school. Voor een van de vaardigheden die daarbij horen wordt de term teacher agency gebruikt, oftewel handelingsvermogen. Leerkrachten leren de kansen en de ruimte binnen de landelijke kaders te zien en die actief te benutten in de context van hun eigen school.
Agency is geen individuele zoektocht. Deze professionele autonomie ontstaat in relatie tot collega's en de schoolomgeving. Het betekent vaste patronen durven loslaten en nieuwe routines aanleren, zodat de vernieuwingen landen in de dagelijkse praktijk.
Weten of het lukt
Tot slot moeten scholen reflecteren op het gebruik van toetsen en andere evaluatievormen. Met de introductie van ‘zachtere’ doelen leren leerkrachten hoe ze die kunnen monitoren. Hoe stel je vast of een leerling een bepaalde ervaring heeft opgedaan, bijvoorbeeld denken als een wetenschapper? En welke alternatieve toetsvormen passen bij de vernieuwde doelen?


.jpg)





